|

Inburgeringscursus geen doel op zich
Hans-Martin Don, 04-11-2009 08:30
reageer 39 reacties

Foto Joost van den Broek
Eindhoven verdient een pluim voor inburgering. Het hoeft niet overal zoals minister Van der Laan het voor zich ziet.
De discussie over al dan niet succesvol inburgeren en het aan de schandpaal nagelen van gemeenten die niet aan hun inburgeringsdoelstellingen zouden voldoen, is me een doorn in het oog. Het debat doet ten eerste geen recht aan de inspanningen van vele gemeenten die hun inburgeraars een zo goed en haalbaar mogelijk traject aanbieden, waaronder Eindhoven. De discussies leiden daarnaast tot een onterechte negatieve beeldvorming over onze inburgeraars.
ISI Voor minister Van der Laan is een inburgeraar pas een inburgeraar als hij staat geregistreerd in het zogeheten ISI-systeem (informatiesysteem inburgering). Vanaf dat moment begint de teller te lopen. De inburgeraar heeft drie jaar de tijd om het inburgeringsexamen te halen. De minister telt bij de beoordeling slechts het aantal mensen dat zich aanmeldt. In het slagingspercentage lijkt hij niet geïnteresseerd. Dat is onjuist.
In Eindhoven hanteren wij een bredere definitie van inburgeraar. Wij tellen niet alleen de mensen mee die zijn aangemeld in het ISI-systeem. Ook de vele Eindhovenaren die een voortraject (meestal alfabetiseringsles) volgen, zijn voor ons inburgeraars. Als we hen geen extra taallessen zouden aanbieden, haken zij tijdens het ‘officiële inburgeringstraject’ af. Ze staan dan weliswaar keurig bij de minister geregistreerd, maar zullen de eindstreep niet halen. Daarmee schieten we ons doel voorbij.
Voordat een Eindhovenaar aan het inburgeringstraject begint, wordt een uitgebreid intakegesprek gevoerd. Kansen, mogelijkheden en niveau worden samen met de inburgeraar in kaart gebracht. Op basis van het niveau en de persoonlijke omstandigheden (baan, zorgtaken, etc.) wordt een passend traject aangeboden.
In mijn ogen moeten we toe naar een bredere definitie van het begrip inburgeraar
Ambitie Op basis van deze ‘Eindhovense aanpak’ zijn vorig jaar 1.196 mensen aan een inburgeringstraject begonnen, terwijl we 1.050 trajecten als ambitie hadden gesteld. Van die 1.196 Eindhovenaren zijn er 698 gestart met het 3-jarige officiële inburgeringstraject, 104 Eindhovenaren zijn met alfabetiseringslessen begonnen en 82 startten een taalcursus die hen op het taalniveau van het staatsexamen brengt.
Van de overige 312 mensen stond een groot aantal eind 2008 in de startblokken om met een voortraject te beginnen, of werd de laatste hand gelegd aan de intake. Wat 2009 betreft: eind dit jaar zullen naar verwachting 700 Eindhovenaren zijn begonnen aan het officiële inburgeringstraject en 275 inburgeraars aan een voortraject.
Voor de minister tellen echter alleen de 698 Eindhovenaren uit 2008 en de zevenhonderd mensen van dit jaar mee. In zijn ogen schieten we tekort. Wij weerspreken dat, maar om onszelf niet in de vingers te snijden, gaan we vanaf 2010 maximaal zes- tot zevenhonderd trajecten per jaar aanbieden. In mijn ogen moeten we toe naar een bredere definitie van het begrip inburgeraar, die beter recht doet aan de inspanningen van vele gemeenten èn aan de inzet van onze inburgeraars.
Als resultaat van inburgering moet bovendien het slagingspercentage (succesvolle uitstroom) als parameter gaan gelden. Mede dankzij onze voortrajecten, ligt het slagingspercentage bij de inburgeringsexamens in Eindhoven op 92 procent. Bij ons bevrijdingsdefilé liep een groep inburgeraars op eigen initiatief mee. Meedoen in de samenleving: daar gaat het in mijn ogen om. Inburgering zien wij in Eindhoven als middel om te participeren, niet als doel.
Hans-Martin Don is wethouder maatschappelijke zorg (SP) in Eindhoven
|