(0516) 543 838 vestiging Bakkeveen
(0570) 619650 vestiging Deventer
(0411) 647 647 vestiging Helvoirt
(024) 3243 042 vestiging Nijmegen

Op maat gemaakt traject voor reïntegratie:

Niemand wordt afgeschreven

 

 

Niet iedereen draait als vanzelf mee in de maatschappij. Vanwege een handicap of hun herkomst staan sommige mensen aan de kant. In de gemeente Nijmegen draaien verschillende reïntegratieprojecten. De deelnemers zijn enthousiast, net als de gemeente: de aanpak lijkt te slagen.

 

Door: Alex van der Hulst

 

"Kunnen we hier ook boodschappen doen?" De stemming zit er goed in bij de groep allochtone vrouwen die een rondleiding krijgt door het Bijbels Openluchtmuseum in Heilig Landstichting in de buurt van Nijmegen. Ze zijn inmiddels aanbeland bij de kruidentuin, waar ze veel bekende geuren ruiken. De vrouwen zijn al lang in Nederland maar nog niet goed ingeburgerd. De gemeente Nijmegen ziet deze oudkomers graag goed in haar stad integreren. Stavoor is ingeschakeld om daar in een project vorm aan te geven. De vrouwen, die gebrekkig Nederlands spreken, krijgen taalles en worden door vrijwilligers geholpen met de Nederlandse taal en cultuur. Daar horen ook excursies bij, zoals vandaag naar het Bijbels Openluchtmuseum. Marjon Keek, die het project vanuit Stavoor coördineert, vertelt dat de vrouwen drie dagdelen in de week taalles krijgen en daarnaast een of meerdere uren per week contact hebben met een vrijwilliger. Samen brengen ze het geleerde in de praktijk.

 

Beginnen met kleine gesprekjes

Marian Paf is een van die vrijwilligers. "Ik ga vaak op bezoek bij de Turkse mevrouw die ik begeleid. Dan drinken we samen koffie of thee en laat ze mij foto's zien van haar familie, en ik foto's van mijn familie. Zelfs in zo'n gesprek kom je al op de woorden broer, zus en dergelijke. Door die gesprekjes leert ze de taal beter." De vrouw die Paf onder haar hoede heeft, loopt iets voor haar door het bos van het museum, gearmd met een andere deelneemster. "Zie je dat", zegt Paf, "die andere mevrouw komt uit Kosovo. Ze spreken elkaars taal niet en moeten communiceren in het Nederlands." Haar bezoeken zijn ook vooral gericht op conversatie. "We doen wel eens samen boodschappen, maar dat is meer voor de gezelligheid, dat kan ze namelijk ook zelfstandig. Wat ze wel lastig vindt, vertelde ze laatst, is om naar de dokter te gaan, nu moet dan toch haar man mee om te vertalen en dat zou ze liever alleen doen. Haar kinderen zijn ook pas drie jaar in Nederland, maar die spreken de taal perfect. Die helpen haar wel, maar vinden dat moeder het zelf moet leren. En zo is het ook, als zij alles uit haar handen laat nemen dan leert ze het niet snel."

 

Elkaar motiveren

Sommige van de vrouwen zijn analfabeet en maken via het project voor het eerst kennis met scholing. Ook het einddoel van het traject verschilt per deelnemer. De een zal de lessen gebruiken om zich zonder veel obstakels staande te houden in de Nederlandse samenleving, de ander wil graag echt volop meedraaien. "Veel is voor ze geregeld in hun omgeving", zegt Marjon Keek. "Het is belangrijk om uit te vinden wat de vrouwen zelf willen. Wanneer we met ze in gesprek gaan, proberen we daar achter te komen. Zo geven sommigen aan te willen leren fietsen. Daar kunnen ze enorm mee worden geholpen. Door het leren van de taal kunnen ze ook een opleiding gaan volgen en sommigen willen aan het werk als de kinderen groter zijn. We doen excursies met de vrouwen, zodat ze leren over gezondheid, opvoeding en dergelijke in de Nederlandse samenleving."

In het openluchtmuseum wordt geleerd over elkaars religie en oefenen de vrouwen in de kruidentuin de Nederlandse woorden voor de kruiden die ze zelf ook in het eten gebruiken. De groep is bijzonder divers. De vrouwen komen onder andere uit Marokko, Turkije, Somalië, China en het Midden-Oosten. Voor de lunch hebben de vrouwen zelf een picknick voorbereid voor elkaar en de vrijwilligers. Ook al loopt het project nog niet zo heel lang, toch is Marjon Keek al bijzonder tevreden. "We volgen de vrouwen nauwgezet. Wanneer ze om onduidelijke redenen afbellen, proberen we ze er zo snel mogelijk weer bij te betrekken. De vrijwilligers moeten dan vaak wat extra initiatief nemen. Er is veel uitval door fysieke klachten of restricties vanuit de familie. Die vrouwen proberen we er toch ook bij te houden. Er zijn ook al goede resultaten te zien, de Nederlandse taalkennis van sommigen is geweldig vooruit gegaan. De activering door de vrijwilligers helpt daar goed in mee. Er is zelfs een aantal vrouwen dat nu al vrijwilligerswerk doet. Die vooruitgang helpt de vrijwilligers ook om gemotiveerd te blijven voor dit project."

 

Degelijk traject met ideaal

"We zijn niet van de lange halen, snel thuis", zegt Antoon de Bekker, stafmedewerker Werk en Inkomen bij de gemeente Nijmegen, een van de verantwoordelijken voor de keuze van juist deze aanpak. "We gaan voor een degelijk traject. De mensen die zich bij ons melden voor een uitkering worden in een kort traject geplaatst om snel weer aan het werk te komen. Maar dat kan niet bij alle mensen. Sommigen hebben nog behoorlijk wat training nodig. Het is niet zo dat we het maar opgeven bij die mensen; ze hebben toch wel enige potentie die kan worden benut."

Het is voor de gemeente Nijmegen niet enkel een financiële kwestie, zo benadrukt De Bekker. Er zit ook een ideële kant aan de reïntegratieprojecten, die hier duidelijk wordt gevoeld. Antoon de Bekker: "We hebben ook een sociale zorgtaak. Specifieke doelgroepen eisen een specifieke aanpak. Wanneer je een allochtone vrouw net zo behandelt als een autochtone, dan zal een groot percentage van die vrouwen afhaken. En het zijn toch belangrijke mensen in onze samenleving. Ze voeden immers ook de kinderen op die deel uitmaken van de Nederlandse maatschappij."

 

Duwtje in de rug

Ondertussen loopt er in de gemeente nog een reïntegratietraject. Het gaat om de groep met fysieke en/of psychische klachten. "Het is een eerste stap om die mensen vrijwilligerswerk te laten doen", aldus Adriënne Wijlaars van Stavoor. "Uiteindelijk zou het ideaal zijn om ze uit die uitkering te krijgen. Vaak zijn deze mensen fysiek en psychisch afgeschreven en daardoor in een bepaald hokje gestopt. Toch hebben ze allemaal wel iets in huis wat goed benut kan worden. Wanneer we dát weten aan te raken, dan zie je hoe die mensen echt gaan stralen. Het gaat er om dat we de talenten en kwaliteiten van de mensen weten te vinden."

De begeleiding van deze groep mensen begint met individuele gesprekken en wordt daarna op maat verder ingevuld. Er wordt letterlijk geprobeerd om de mensen in beweging te krijgen door in eerste instantie op laagdrempelig niveau met een sportinstructeur en een groep aan het werk te gaan. Karel van Wijk is een van de deelnemers aan het traject en het bevalt hem zeer goed. "Het begint met een intakegesprek en daar mocht ik aangeven wat ik precies wilde. Er wordt echt aan de persoon gedacht. Ik vind het geweldig. Ik kon snel aan de slag gaan en waar je vroeger aan de hand van papa of mama de wereld in ging, is er hier een coach die altijd voor je klaar staat. Dat is net dat duwtje in je rug, dat soms zo handig is. Er is een weerklank als je ergens mee zit."

 

In je eigen tempo

In tegenstelling tot het traject met de oudkomers, worden er bij de mensen met fysieke en psychische klachten professionele coaches ingezet om de mensen te begeleiden. "Daarnaast organiseren we themabijeenkomsten", vertelt Adriënne Wijlaars. "Die gaan bijvoorbeeld over de fases waarin onze cliënten verkeren. We hebben het dan over levensdomeinen, daar vallen bijvoorbeeld gezondheid en sociale netwerken onder. Als we dat bespreken, dan komen de cliënten er achter in welk levensdomein bij hen de schoen wringt. Het kan zijn dat ze sociaal geïsoleerd zijn geraakt. Bij de individuele gesprekken gaan de coaches daar verder op in met de mensen."

Zo wordt vrij snel duidelijk welke weg de deelnemers in het project kunnen inslaan. Wijlaars: "De mensen zijn zo gemotiveerd om aan de slag te gaan, we moeten ze daarom soms ook bewust afremmen als ze te snel willen." Van Wijk herkent die grote ambitie wel, hoewel hij rustig de tijd neemt. "Ik wil er weer bijhoren", zegt hij. "Door fysieke en psychische klachten loop ik al sinds 2000 bij de sociale dienst. Ik wil graag weer aan de slag, maar in het verleden werd er elke keer zoveel druk uitgeoefend, dan moest er van alles, en uiteindelijk leidde dat ertoe dat ik weer thuis kwam te zitten. Nu kan ik het in mijn eigen tempo doen en inmiddels ben ik twee dagdelen bezig met vrijwilligerswerk. Dat zou ik graag uitbouwen tot hele dagen. Jarenlang heb ik de maatschappij vervloekt, maar ik merk nu hoeveel vrolijker ik word van dat werk. Door het vrijwilligerswerk leer ik wat er te doen is in de maatschappij. Eerst heb ik met kinderen gewerkt, nu met ouderen. Ik kom er vanzelf wel achter welke baan het best bij me past, want uiteindelijk wil ik graag een betaalde baan."

 

Aan de slag

Werkervaring is volgens Adriënne Wijlaars van groot belang. Dat kan vrijwilligerswerk zijn, gesubsidieerd werk en uiteindelijk een betaalde baan. "De coaches blijven meelopen in dat traject", vertelt ze. "Door te werken lopen de cliënten tegen dingen aan, waar ze verder aan kunnen werken. Het werk stimuleert hun zelfvertrouwen. We hebben gemerkt dat de deelnemers de aandacht die ze krijgen voor hun eigen verhaal, ervaren als bijzonder prettig. Het moeilijkste moment is wanneer ze daadwerkelijk met het werk beginnen. Dat is iets wat ze zó lang hebben gewild, dat maakt het extra spannend. Soms gaat de coach dan mee, soms doet een cliënt het alleen, geheel afhankelijk van wat de cliënt wil." En hoewel Karel van Wijk steeds maar weer terugkomt op hoe fijn hij die aandacht vindt - inmiddels gaat zijn vrijwilligerswerk zo goed dat hij zijn coach al een tijd niet gesproken heeft. Toch stelt het hem gerust dat de coach altijd bereikbaar is. "We willen ook geen eindeloze trajecten", stelt Wijlaars. "Binnen twee tot zes maanden moet je mensen zien groeien en dat is ook het geval. De vertrouwensband tussen coach en cliënt zorgt ervoor dat er weinig uitval is. Dreigt er iemand af te vallen, dan wordt er gelijk gebeld. We zijn nog niet zo lang bezig, dus over het resultaat zijn nog weinig concrete cijfers beschikbaar, maar het grootste deel van de cliënten is er zichtbaar op vooruit gegaan."

 

Dat het werk in Nijmegen - met twee moeilijk te boek staande groepen - zo goed loopt, verklaart Wijlaars met de gekozen benadering. "We onderscheiden ons door de aandacht voor de cliënten. Harde maatregelen werken niet bij deze groep mensen. Je dient ze respectvol te behandelen en ze moeten de dingen doen waar ze zelf achter staan. Wanneer je hun talenten weet te bereiken, kunnen deze mensen heel veel."