Schrijven als Kunst
door: Isaäk Mol, teamleider bij Stavoor
Zo’n 500 jaar geleden werd het schrijven van teksten en brieven als Kunst gezien. Erasmus leverde het onder meer daarom zelfs een notering in de top tien van grootste Nederlanders op. Die Kunst doen we nu weliswaar minder, maar goede brieven, verslagen of achterbanberichten blijven voor de meeste OR-leden een hele kunst. Wat kunnen we leren van Erasmus?
‘De eerste die in mijn gedachten kwam was jij, want tijdens mijn afwezigheid genoot ik van de herinnering aan jou evenzeer als van de omgang met jou toen we bij elkaar waren.’ Een zin van Erasmus uit 1511, in een brief aan zijn vriend Thomas More. In die tijd was het gebruikelijk ‘met een buiging te corresponderen’, oftewel complimenten in de zinnen in te bouwen, overigens vaak gevolgd door het woordje ‘maar’ om een tegenstelling op te roepen. Even gebruikelijk waren lange zinnen. Bovendien werd er in teksten en brieven stelselmatig verwezen naar teksten en schrijvers uit de Klassieke oudheid. De beperkte kring die met elkaar correspondeerde, de republiek der letteren, verstond die kunst allemaal. Een opsmuk die niet verhinderde dat soms grappige dingen werden geschreven. Erasmus vertaalde bijvoorbeeld het boekje ‘De valse profeet’ van Lucianus uit het Grieks in het Latijn, stuurde het naar een vriend en voegde een briefje toe (in het Latijn natuurlijk): ‘hoewel u een man bent met een zeer kritische smaak, merkte ik herhaaldelijk dat u desondanks zeer vriendelijke gevoelens koestert voor mijn pover talent en mijn boekjes’. Naast het geestige en complimenteuze in de teksten van toen, valt vooral op dat teksten (en zeker brieven) elk op zich bijzonder moesten zijn. De auteurs deden dan ook hun uiterste best om er Kunst (let op de hoofdletter) van te maken.
In onze tijd zijn niet alle teksten meer bijzonder. Er zijn er zoveel en ook voor zoveel gelegenheden. Wie ziet een tekst nog als Kunst? Een onderdanige toon, de (weliswaar soms valse) bescheidenheid: het is niet van deze tijd. Een OR-lid dat in zijn adviezen, brieven of berichten even schitterend gecomponeerde (en lange) zinnen als Erasmus bezigt, zal zeker opvallen, maar even zeker op weinig begrip laat staan complimenten kunnen rekenen. Het citeren van grote en bewonderde geesten is veel minder gebruikelijk geworden. Of het moet Johan Cruyff zijn …
Maar net als toen in 1511 zijn er nog steeds goede en slechte teksten. Een goede tekst kunnen maken is in onze huidige cultuur voor mensen zelfs wezenlijker dan 500 jaar geleden: het je belabberd schriftelijk kunnen uitdrukken is reuze onhandig. En zeker voor OR-leden: denk aan de vele schriftelijke communicatie met bestuurder en achterban. Het begint al met het opstellen van een agenda. Verder het maken van een verslag, het schrijven van brieven, adviezen, het betuigen van instemming. En niet te vergeten achterbanberichten. Bovendien hebben we te maken met media die een verschillende mate van vluchtigheid hebben. Een goede e-mail (heel vluchtig) is weer anders dan een officiële papieren brief (bedoeld om te bewaren)of een tekst op een website (daar tussen in).
In schriftelijke communicatie gaat het net als in mondelinge om vorm en inhoud, waarbij vorm in hoge mate (zeker 70%) bepalend is voor hoe de inhoud overkomt. De vorm dient aan te sluiten bij de functie of het doel van de tekst en het gebruikte medium. De inhoud is altijd datgene wat de schrijver wil overbrengen. We zien het niet meer als Kunst, schrijven, maar het blijft een hele kunst!
‘… ik geloof echt, dat de natuur nooit een geest heeft voortgebracht die krachtiger, sneller, helderder, scherpzinniger en veelzijdiger met alle mogelijke talenten begiftigd is dan de zijne. Daar komt nog bij de taal, die volkomen bij dat verstand past, een opgewekt karakter, humor, maar zonder te kwetsen, zodat hij alles in zich heeft om een volmaakt (…) te zijn.’ (Brief Erasmus aan Whitford, 1506). Stel je eens voor dat de OR deze zin per e-mail in de organisatie verspreidt, handelend over een nieuw aan te stellen lid van de directie. Of dat de OR een zin als deze, met alle overdrijving en vergrotingen, in zijn officiële (papieren) advies conform artikel 30 betreffende de benoeming van die bestuurder zou opnemen. Gek genoeg weet iedereen dat dit niet kan. Maar waarom eigenlijk? Het lijkt tijdsgeest. Een aantal stijlfiguren, retorische trucs en andere stilistische dingen die vroeger gebruikelijk waren, zien we nu nog zelden in het dagelijkse schriftelijke verkeer, hoogstens en dan nog beperkt in de echte literatuur of in redevoeringen van hogere wetenschappers of dominees. Naar de praktijk kijkend lijken we te vinden dat teksten zoals OR-leden die schrijven (brieven, adviezen, verslagen, berichten) aan de volgende eisen moeten voldoen:
- zakelijk van toon
- to the point
- vooral de argumenten duidelijk
- kort
De (overdreven) nadruk op deze eisen leidt helaas vaak tot minder leesbare, tot eigenlijk minder kunstige teksten. En dat is jammer.
Schrijven als Kunst zien, een (klein) beetje schrijven als Erasmus levert immers teksten die opvallender, origineler en doorgaans duidelijker zullen zijn. Wel wat langer en minder zakelijk misschien. Niettemin zeer aan te bevelen. Een paar voorbeelden aan de hand van stijlfiguren.
De metafoor
Dat is een vergelijking. Hij rent als een boerenknol: om aan te geven dat het niet zo soepel gaat. Metaforen werken altijd goed om te verklaren waarom een OR bepaalde zaken belangrijk vindt. Als de organisatie een fusieproces in gaat of een andere grote verandering gaat doormaken, waarvan vooraf nog geen blauwdruk en exact tijdspad bestaat, is het voor de OR belangrijk tussenstappen in te bouwen, piketpaaltjes te slaan. De OR gaat wel mee, maar wil steeds opnieuw de volgende stappen kunnen overzien en daar invloed op hebben. Een metafoor om dit duidelijk te maken is bijvoorbeeld de volgende:
Het beklimmen van de Mount Everest. De eerste stap daarin is het vormen van een basiskamp op beperkte hoogte. Vanuit dat basiskamp is het reisdoel bepaald en de route naar het eerste tussenkamp ligt vast. Onderweg spelen allerlei invloeden: weer, conditie van de groep, etc. In het eerste tussenkamp moet een pas op de plaats gemaakt worden: hoe gaan we verder? Misschien een stukje terug, misschien een gerichte keuze voor een volgend tussenkamp. Dit herhaalt zich zo enkele malen. De weg is gepland, het bereiken van de top onzeker.
Met deze beeldende vorm is zonneklaar dat om door te kunnen gaan in het proces bepaalde afspraken nodig zijn, die de komende tijd steeds aangescherpt en geactualiseerd moeten worden.
De hyperbool
Dat is een overdrijvende uitdrukking. Er wordt iets heel erg uitvergroot om extra duidelijk te maken hoe goed het is. Een vloed van tranen. Ook de negatieve kant kan gebruikt: een uitvergroting om aan te geven hoe slecht het wel niet is. Een voorbeeld is het citaat van Erasmus dat ik eerder aanhaalde.
Deze stijlfiguur is een beetje gewaagd. Zeker als je haar ten positieve gebruikt. Maar daarom des te opvallender en effectiever. Wel alleen als het gemeend is.
De ondernemingsraad is buitengewoon enthousiast over het voornemen van de Raad van Bestuur om een samenwerking aan te gaan met … in de vorm van een holdingstichting. Dat is een heel beperkte vorm van samenwerken, met de komende jaren slechts geleidelijke gevolgen in het primaire proces. De OR is verheugd met deze keuze. Dat betekent immers dat de directie uitstekend heeft aangevoeld dat enerzijds ontwikkeling van de organisatie nodig is, maar ook dat fusie een veel te groot beslag zou leggen op de energie van de medewerkers zo kort na de vorige fusie uit 2001. Iets dat de OR steeds heeft aangegeven. De OR zal de komende tijd zijn uiterste best doen de samenwerking juist op deze wijze tot een succes te maken. Gezien de goede verhouding met de Raad van Bestuur en de realiteitszin van beide partijen ziet de OR daar met plezier naar uit.
De eerste stap die OR en Raad van Bestuur gaan zetten is met elkaar doelstellingen en processtappen overeen komen, zodat we de samenwerking gezamenlijk tot een succes kunnen maken.
Een voorbeeld van berichtgeving over een stap die een organisatie zet, waarbij de betrokken OR het met die stap eens is. De overdrijving beoogt een aantal effecten. De belangrijkste is aan de bestuurder aan te geven dat de OR nadrukkelijk mee wil doen en veel te vertellen wil hebben, maar wel vanuit een duidelijk coöperatieve houding. Een ander is aan de organisatie aan te geven dat de OR de richting steunt, maar wel goed betrokken is.
In de praktijk reageren veel OR-en, ook als ze het met de richting eens zijn, toch vaak met scepsis, met vragen en door aan te geven wat allemaal nog nodig is. De bestuurder zal dan minder snel geneigd zijn de OR veel ruimte te geven in volgende stappen.
Het citaat
Citaten zijn leuk, functioneel en opvallend. De eerder genoemde Cruyff, ook zo’n grote Nederlander, is bijna onsterfelijk door zijn ‘elluk nahdeel hep sun foordeel’. Of was het nu omgekeerd?
In de Oudheid was er bijvoorbeeld Cato. Hij hield regelmatig redevoeringen over allerhande onderwerpen. Maar elke keer eindigde hij met ‘overigens ben ik van mening dat Carthago verwoest moet worden.’ Een retorische truc om stelselmatig iets te agenderen en van een richting te voorzien.
Dit Cato-kunstje is leuk voor OR-en. Bedenk iets dat voor de organisatie van belang is, zoals sturen op synergie tussen afdelingen, en eindig elk schrijven van de OR met: ‘overigens is de OR van mening dat er gericht gestuurd moet worden op synergie tussen de afdelingen’. Concreter kwesties kunnen natuurlijk ook. Na een tijdje raakt iedereen ervan doordrongen dat die sturing nodig is, wordt er over gesproken en worden mensen er op aangesproken.
Kortom: schrijf eens wat meer als Erasmus.
Erasmus is hier een metafoor om aan te geven dat gericht gebruik van retorische figureneffectiever is in schriftelijke communicatie dan het zich uitsluitend beperken tot kort, to the point, zakelijk en daardoor vaak een beetje saai.
Gebruikte bron: Kees Fens, ‘met een buiging corresponderen’, in: De Volkskrant van 7 januari 2005.
Tips voor in de kantlijn
- |
de vorm en wijze van schrijven bepalen meer het effect van het overkomen van een boodschap dan de inhoud zelf |
- |
beperk de neiging te kort en zakelijk te schrijven want dat maakt teksten snel saai en onopvallend |
- |
je valt op als je afwijkt in schrijfstijl en taalgebruik |
- |
behoorlijk en gericht afwijken van het gebruikelijke is (soms) zeer functioneel |
- |
gebruik eens klassieke retorische figuren als metaforen, hyperbolen e.d. |
- |
kort is niet altijd goed |
Volgende artikelen kunnen zijn:
1. |
goede en slechte formuleringen van hetzelfde |
2. |
taalgebruik in mails, brieven en achterbanberichten |
3. |
opvallen bij mondelinge presentaties |
Terug naar publicaties
|