De AS in beweging - wat we kunnen leren van sport

over bewegen in ‘de driehoek’

 

door: Walter van der Ploeg

 

Missie, strategieformulering en tactisch opereren zijn van oorsprong militaire begrippen. Sinds ruim twintig jaar zijn deze termen in zwang in arbeidsorganisaties. Strijd, wedijver en concurrentie zijn ingeburgerde begrippen geworden. Veranderen staat daardoor veelal in het teken van een bepaalde noodzaak. Intrinsieke motivatie komt daardoor, ondanks POP’s en andere HRM-instrumenten, veelal op het tweede plan. Wat zouden we kunnen leren van de sport? Sport kent naast het aspect van strijd, strategie en tactiek ook het element van spelvreugde. Zouden we ons voordeel kunnen doen met het naar boven halen van de spelvreugde?

 

Openbaring

Een anekdote: in mijn vroegere werk als fysiotherapeut en haptonoom begeleidde ik menig sporter. Op een dag kreeg ik een trainer/elftalbegeleider onder behandeling. Hij leed aan hyperventilatieklachten. Zijn team presteerde redelijk, maar naar zijn mening niet goed genoeg. Ook de club had hogere ambities. Hij leed onder die spanning en kreeg allerlei lichamelijke klachten. Tot nu toe was zijn strategie geweest om hard te trainen, opdrachten te geven en spelers te wisselen die zich niet aan opdrachten hielden. Frivoliteit in het veld was eigenlijk niet toegestaan, het ging om het positiespel en het resultaat.

Voor mij was duidelijk, dat de hyperventilatieklachten samenhingen met stress, maar de trainer wilde vooral oefeningen voor zijn ademhaling. Het ei van Columbus bleek het inbouwen van frivoliteit in mijn aanpak. Ik bouwde allerlei speelse oefeningen in, die geen rechtstreeks verband hielden met de ademhaling. Al gauw bleek, dat hard werken en met name forceren leidde tot moeizaam bewegen en verkrampter ademen. Wanneer de druk er af ging, werd alles veel soepeler én lukte de oefening beter. Het bleek een openbaring: met plezier een beter resultaat bereiken en je veel beter voelen!

Ik besprak hoe deze aanpak als trainer en begeleider van zijn team zou kunnen werken. Dat zou niet een-twee-drie kunnen lukken. Dus ik stelde voor om het tijdens trainingspartijtjes te proberen en tegen zogenaamd mindere tegenstanders. Wanneer de aanpak zou slagen – meer speelplezier en een minstens zo goed resultaat – dan zou het vervolg zijn om die uit te bouwen. Voor hem zelf zou het vooral een kunst zijn om los te laten, zodra het startsignaal zou klinken.

Natuurlijk werkte het niet meteen. Soms pakte het goed uit, soms helemaal niet. Toch keerde de spelvreugde terug en kon het beste van beide werelden een plaats krijgen: een degelijke tactiek die plaats liet voor spelvreugde, met behoud van (en soms een beter) resultaat. En de hyperventilatie? Die was hanteerbaar, wanneer die – nog slechts af en toe – de kop op stak. Het kauwgum kauwen bleef…

 

Spelvreugde

Wat leert bovenstaand verhaal? Strijd en afdwingen leidt doorgaans tot verstarring en minder tot plezier. In de dagelijkse OR-praktijk speelt dit ook een rol. Wie herkent er de voorbeelden van? De OV leidt niet altijd tot spelvreugde. Onderhandelingen en dergelijke idem dito.

De OR kiest, begrijpelijkerwijs, voor een strategie om bereidheid bij de bestuurder te bewerkstelligen, zo niet af te dwingen. De WOR is er niet voor niets, nietwaar?

En de AS? Als coach langs de zijlijn zie je van alles, maar kom je ook jezelf tegen. Sommigen voelen zich zelfs trainer/coach en doen actief mee aan het OR-spel. Maar hoe zit het met de spelvreugde langs de zijlijn?

 

Gevoel en verstand

Wie zegt de naam Ted Troost nog iets? Hij was – als haptonoom – een van de eersten die bekend werd door het begeleiden van sporters op het niet-sportieve/-lichamelijke vlak. Tegenwoordig zouden we het een ‘mentale begeleider’ noemen. Mentale begeleiders gaan zelden in op de inhoud van het spel, maar op wat daaronder schuilt. Wanneer er wordt gesproken over het ‘lezen van het spel’, gaat het zelden over speltechnische zaken. Veelal gaat het over psychologische of gevoelsmatige zaken dus.

Vertaal dit alles nu eens naar jouw situatie als AS. Wanneer iets niet ‘loopt’ – bijvoorbeeld jouw advies wordt niet overgenomen, in de OV worden zaken ‘weggegeven’, de WOR wordt niet goed gehanteerd – wat gebeurt er dan met jou? Wat denk je? Wat voel je? Wat doe je? Wie is goed in ‘loslaten’, zonder door te schieten in volledig ‘afstand nemen van’? Wie kan het DB, commissie of OR ‘leren leren’? Coachen zonder de leiding te nemen, begeleiden zonder te sturen of het stuur over te nemen, het is vaak reuze lastig.

Een succesvolle coach kneedt niet zozeer de speler of het team, maar laat talenten tot wasdom komen. Spelvreugde en keurslijf gaan niet goed samen. Waar een bepaald talent ontbreekt, kan een ander talent wellicht compenserend werken.

 

Spelvreugde in de OR

Nu eens kijken wat spelvreugde voor een OR kan doen. Nemen we een alledaagse situatie onder de loep: ‘het loopt niet’. Doorgaans is de gewoonte om door te gaan met meer van hetzelfde. Of het nu een onderlinge discussie is, de voorbereiding voor de OV of de OV zelf: meestal gaat men door op dezelfde weg. Vaak is dat de inhoudelijke, soms de procedurele weg. Waar het echter meestal aan schort is de ‘chemie’. Het ‘lezen van het spel’ en het anticiperen daarop brengt met zich mee, dat in die chemie de spelvreugde besloten zit. Stel vast dat het niet loopt en heb daar samen aandacht voor. Zonder spelvreugde geen spel, maar strijd. Wanneer er strijd ontstaat, moet het spel stilgelegd worden! Hierin is de sleutel te vinden, maar het is een weinig gebruikt middel. Ondernemingsraden vragen zelden een schorsing als time-out aan in de OV. Onderling komen time-outs iets meer, maar nog steeds beperkt, voor. Soms gaat dit ‘vanzelf’: ‘zullen we even koffie halen’ of ‘effe roken’. In de OV gaat het meestal stug door tot de agenda is afgewerkt.

 

Voor de AS zal het dus niet gemakkelijk zijn om dit zomaar te bewerkstelligen. Maar het kan wel, je moet alleen weten waar en hoe te beginnen. Bespreek het eens in/met het DB. Denk aan seintjes, die een procesbewakend effect kunnen hebben. Bijvoorbeeld zittend naast de voorzitter kan een schriftelijk seintje wonderen doen. De voorzitter moet daar wel op bedacht zijn, dus je moet het er van tevoren over hebben. Een andere mogelijkheid is om te vragen om aandacht voor een ‘punt van orde’: ook wanneer een AS zich niet met de inhoud van de vergadering bemoeit, is een punt van orde over de gang van zaken soms heel verfrissend. Vervolgens is het aan de OR om lucht te brengen in het geheel. Meestal lukt dat wel, nadat op aangeven van de AS, vanaf de zijlijn, het spel even is stilgelegd en het ‘doordraven’ is gestopt.

 

Bewegen in de driehoek

Niet elke aanpak vanaf de zijlijn valt in goede aarde. Bij het ‘lezen van het spel’ hoort ook het afstemmen op wat men wel en wat men niet wil horen. Sommige AS-en hebben dat onderdeel van het spel zo goed in de vingers dat zij het zelf door hebben, anderen zullen het er eens over moeten hebben, bijvoorbeeld met de voorzitter. Hoe goed je het ook ziet langs de zijlijn, als de aanvoerder tijdens het spel niet of überhaupt niet open staat voor aanwijzingen, dan houdt het voorlopig(!) even op. Wanneer je dan, indachtig de ene leermeesters spreuk ‘elk voordeel heb ze nadeel’, verkondigt wat die andere grote leermeester placht te zeggen: ‘ben ik nou zo slim of zijn jullie nou zo dom?’, dan gooi je als AS je eigen glazen in.

Dus als je als AS kunt bewegen in de driehoek ‘inhoud-procedure-proces’, dan ben je het spel al aardig meester. Nu nog wat coachingsvaardigheden onder de knie krijgen om het ‘leren leren’ van je OR te stimuleren, dan wordt het wel wat met de spelvreugde!

 

Terug