Verrassende werkvormen voor OR-cursusdagen
door: Isaäk Mol, teamleider bij Stavoor.
De OR-cursusdagen. De trainer komt tevoren op bezoek om samen met de OR het programma samen te stellen. Nog een keertje de WOR, een ingewikkelde adviesaanvraag eens even goed doorspitten, wat vaardigheden oefenen, een actueel thema, de teamleden nader bekijken, een nieuwe visie, een goed gesprek met de bestuurder. Gebruikelijke onderwerpen. En dan de cursus zelf: een verhaaltje van de trainer, wat opdrachten, sheets, nabespreking. Maar er kunnen ook meer verrassende werkvormen gekozen worden door de trainer. Wat dacht u van zingen, een echt toneelstuk, oefenen met een acteur, schilderen op echt doek, percussie? Alleen maar anders dan de normale cursusvormen? Of ook leuker of zelfs zinvoller? Een aantal trainers en OR-leden aan het woord.
Trommelen
Trainer Annemarie van der Wel (Stavoor) antwoordt op de vraag waarom zij kort geleden een percussieworkshop organiseerde binnen een tweedaagse cursus: ‘Eigenlijk was het vooral een leuk avondprogramma. Het was voor de afwisseling, de cursus werd minder zwaar.’ Een percussieworkshop betekent dat er iemand ingehuurd wordt die verstand heeft van percussie en bovendien over de benodigde instrumenten beschikt. Met de groep samen wordt er vervolgens getrommeld op allerlei verschillende manieren. Dat is inderdaad iets heel anders dan de reorganisatie die de betreffende OR de rest van de dag behandeld had. Annemarie: ‘het was een echte break, met heel veel energie. Het riep echt energie op, ze kwamen veel meer in hun lijf dan in hun hoofd. Dat was nodig in deze cursus, verder waren er zware onderwerpen.’ Het leverde de groep toch ook nog inzichten op: ze bleken wel wat aan de brave kant te zijn, weinig neiging om buiten de veilige paden te treden. En de reactie van de groep: ‘echt hartstikke leuk!’
Een acteur
Liesbeth van Bakel, ook van Stavoor, werkt graag met een acteur. Via een acteursbureau wordt een acteur ‘geregeld’. Meestal is de vraag aan de acteur om bepaald gedrag neer te zetten in te improviseren situaties. Vaak is dat het gedrag van de bestuurder. Acteurs blijken dat wonderwel te kunnen. De OR denkt vaak dat zij een bijzonder unieke bestuurder hebben die erg lastig te bespelen is, maar dat blijkt tegen te vallen. De acteur zet precies dat gedrag neer in situaties die de OR-leden moeilijk vinden en helpt vervolgens de OR-leden om effectiever tegenspel te bieden. Vanuit de visie ‘gedrag roept gedrag op’. Dus als een OR-lid meteen begint te vertellen wat er allemaal niet goed is aan het voorstel van de bestuurder, dan is het niet vreemd dat de bestuurder minder toeschietelijk wordt. Of als een OR-lid niet duidelijk is, snapt de bestuurder het natuurlijk gewoon niet. De acteur zet het steeds extra aan om het duidelijk te maken. Liesbeth: ‘Het is spannend voor de OR-leden. Het is duidelijk geen spelletje. Mensen zijn ook altijd moe na afloop, het heeft veel impact. Het maakt veel duidelijk: je kunt bepaalde vaardigheden, zoals doorvragen of onderhandelen, echt goed oefenen. Het fijne van een acteur vind ik ook de terugspoelfunctie: hij kan het zo weer opnieuw spelen.’ Naast oefening van vaardigheden, zijn leervragen als wat meer weerstand kunnen bieden aan de bestuurder of meer een eenheid vormen als OR ook geschikt om een acteur bij in te zetten. Volgens Liesbeth is een acteur beter dan de trainer of een groepslid die de rol speelt: ‘je hebt best veel vaardigheden nodig om geloofwaardig gedrag neer te kunnen zetten’. En: ‘een acteur kan geweldig goed in het spel teruggeven wat er precies gebeurt’.
De reactie van OR-leden die met acteurs gewerkt hebben zijn vergelijkbaar met wat Liesbeth stelt. Marjolein Keurentjes, ambtelijk secretaris van Stichting Zorg voor Ouderen Maasland, een van de klanten van Liesbeth: ‘De acteur had van ons tevoren wat informatie gekregen over welk gedrag hij moest neerzetten. Een veelprater bijvoorbeeld waar je nauwelijks tussenkomt. Het was gewoon fantastisch om te zien hoe hij het karakter neerzette. Ook tijdens het oefenen nam hij soms ineens een time-out: nu geef ik een opening en nu pakken jullie hem niet, dat doen we even opnieuw. Het uiteindelijke doel was natuurlijk hoe je met een bepaald type bestuurder omgaat, hoe je beter resultaat krijgt. Het was erg leerzaam en nuttig.’
Een ‘professioneel’ toneelstuk
Bé Woltjer, een andere Stavoorcollega, kwam bij een OR van de gemeente Groningen, die al langer in grotendeels dezelfde samenstelling werkt. De onderlinge patronen lagen erg vast. Met de komst van drie nieuwe leden bleven de patronen even vast, maar dat kon natuurlijk niet. Hij zocht naar een manier om de werking van de patronen te laten zien en voelen en bovendien naar ruimte voor verandering. Toneel leek hem de beste optie. Dat gaat heel erg over rollen, over hoe je dingen kan doen. Het dwingt je daarover na te denken en mee te experimenteren. De OR heeft daarom een hele dag besteed aan toneelspelen. Eerst wat inleidende oefeningen om los te komen, vervolgens een carroussel van een mise en scene (een decor dus), een script en tot slot een uitvoering. Allemaal onder leiding van iemand met veel toneel- en trainingservaring. Het leverde een goed resultaat op: er werd veel beter geluisterd naar elkaar, er kwam veel meer ruimte voor de nieuwe personen en voor andere rollen. Ben Kloosterhuis, voorzitter van de betreffende OR (van OCSW): ‘Het was eigenlijk heel verrassend. Als je bezig bent ga je heel erg op in het spel. Achteraf blijkt er dan best veel gebeurd. Het dwingt je gebruik te maken van elkaars krachten. Je ziet elementen van mensen die je niet vermoedt. Het is een manier om snel veel diepgang in de onderlinge verhoudingen te krijgen. Het gaf bovendien veel energie!’
Zingen
Met de volledige medezeggenschap van een grote gemeente (OR en een aantal OC’s) is op een medezeggenschapsdag anderhalf uur gezongen onder begeleiding van een zangpedagoog. Na enige stemoefeningen (zacht, hard, heel hard, hoog, laag) werd een aantal canons ingestudeerd. De reacties van de medezeggenschappers waren doorgaans positief. De meesten kregen er een kick van, hernieuwde energie, anders bezig zijn dan op de rest van de dag en bovendien zagen ze de collega’s eens op een heel andere wijze. Erg leuk en bindend. Sommigen waren ronduit negatief (‘verloren tijd’) en een enkeling weigerde mee te doen.
Duidelijk werd dat een grote groep (meer dan 40 deelnemers) wisselend reageert op de inzet die de trainers hadden met zingen als middel. Zij wilden het enerzijds als afwisseling en energizer gebruiken. Maar anderzijds ook om je in groepsverband beter te leren uiten, jezelf te kunnen zijn, meer met elkaar te hebben en meer van elkaar te zien en te accepteren. Op de dag toen stond de afwisseling meer centraal. Was het andere doel prioriteit geweest, had het veel aanknopingspunten gegeven om mee verder te kunnen.
Andere vormen
Eigenlijk zijn er eindeloos veel vormen die de combinatie maken tussen net wat anders, net een andere energie of een andere manier van beleven en kijken, en een specifieke leervraag van een groep.
Bekend zijn natuurlijk de outdoortrainingen, die vooral appelleren aan samenwerking binnen de groep, aan interacties of aan sturen en leidinggeven. Outdoor is ook erg geschikt om (het gebrek aan) resultaatgerichtheid zichtbaar te maken en hoe dit ontstaat. Er zijn vele variaties die hetzelfde bieden als outdoor. Het gaat er daarbij om dat je met elkaar tot iets komt. Dat bestaat in kleine oefeningen, zoals een constructie maken waarbij je een ei van 5 meter hoogte kunt laten vallen zonder dat het stuk gaat en dat vervolgens in de praktijk toetsen. Maar ook het bovengenoemde toneel, of bijvoorbeeld een kookworkshop (samen een maaltijd maken met alles wat daarbij hoort).
Andere, veel gebruikte vormen, zijn metaforen of directe verbeeldingen. Tekenen en schilderen bijvoorbeeld (de OR als circus), beeldhouwen, een tableau vivant. En als je veel verder gaat in een metafoor kun je bijvoorbeeld een tweedaagse basiscursus strategisch beleid geheel op een zeilboot volgen, waarbij alle zeiljargon en alle zeilhandelingen verbonden worden met de strategie van een organisatie of van een OR.
Is eigenlijk alles goed als het maar leuk is?
Deze vraag kan met ‘ja’ beantwoord worden als het de betreffende OR of OC alleen maar gaat om de leut. Een twee- of driedaagse cursus is al zwaar genoeg, de hele dag nadenken, dan is het goed als er ergens halverwege echt iets anders en ‘hartstikke leuks’ in zit. Wat dat betreft zou zelfs paintball een optie kunnen zijn. Er wordt een avond ‘teambuilding’ op het programma gezet, en hup, als het maar leuk is.
Heel vaak zal het antwoord vooral ‘nee’ zijn. De trainer houdt een voorgesprek met de OR of OC, luistert en kijkt, registreert de leervraag en zoekt vervolgens naar methoden die daar goed bij passen. Om de eerder genoemde Annemarie van der Wel weer aan te halen: ‘Ik had een OC die iets met de kwaliteiten van de OC-leden wilde, zonder daar al te veel tijd aan kwijt te willen zijn. Ik zocht daarom naar iets dat heel snel heel duidelijk wordt. Naar mijn gevoel zijn woorden, dus er over praten, heel vluchtig. Woorden zijn snel weer weg. Daarom kwam ik op schilderen. Een beeld is veel sterker, heeft veel meer lading en is bovendien heel tastbaar.’ Elk OC-lid moest op de cursus op professioneel doek met dito verf een portret maken van een ander OC-lid en omgekeerd. Die portretten werden opgehangen. Max Waaning, voorzitter van die betreffende OC (gemeente Leiden, Informatie en Dienstverlening): ‘Het was een heel aardige manier. Je denkt over een ander na in combinatie met hoe krijg ik het op het doek. Het beklijfde heel erg. Het had impact. Het werd iets gemeenschappelijks, iets bindends. En het was vooral ook erg leuk om te doen èn om te krijgen.’
Hoe komt de OR of OC aan aparte werkvomen op zijn cursusdagen?
Het is vooral een kwestie van met de trainer bespreken. Vraag de trainer expliciet naar andere vormen dan sheets of opdrachten rondom je leervragen. Overleg met hem of haar wat mogelijk is. Bespreek materiaalgebruik. Zelf ben ik ervan overtuigd dat aparte werkvormen en afwijkende manieren juist door dat afwijkende en aparte een echte meerwaarde kunnen hebben in een training of cursus. Net dat beetje meer impact dat het verschil maakt.
Als de OR of OC een stap verder wil gaan dan wat de trainer zelf kan, is het natuurlijk ook een geldkwestie. Wil je investeren in zoiets als bijvoorbeeld een regisseur, zeilboot en instructeur, zangpedagoog? Vind je het de investering waard? Daar zal je trainer je in kunnen adviseren. Een acteur kost met reiskosten al gauw € 600 voor een dagdeel en naarmate er meer materiaal nodig is (zoals bij koken, zeilen of percussie) worden die bedragen alleen maar hoger. De trainer zal moeten aangeven wat het voordeel van deze duurdere opties is. Hij of zij moet je kunnen overtuigen dat je daarmee bijvoorbeeld net die slag dieper kunt gaan dan voorgaande cursussen of dat het die break geeft die in de cursus essentieel is. Dat het dus net het verschil kan uitmaken.
Maar je moet natuurlijk ook zelf de afweging maken wat je over hebt voor iets leuks en onvergetelijks.
Terug
|