Op zoek naar inspiratie

 

door: Isaäk Mol, teamleider bij Stavoor.

 

OR-werk is ontzettend leuk. Het daagt je uit op zoek te gaan naar de grenzen van je kunnen. Het daagt je uit te kiezen voor wat je echt wil. Het maakt je actief, verbonden met anderen. Het ontwikkelt je leervermogen en je wil om te leren. Het maakt je enorm zichtbaar. Het maakt je kortom tot een buitengewoon geïnspireerd mens. Een plezier voor zijn omgeving. Toch?

 

Als trainer/adviseur mag je ook zo af een toe een cursus of workshop volgen. Mijn werkgever had kort geleden een aantal zaken georganiseerd. Ik koos voor een workshop ‘de kunst van improvisatie’. De hele workshop ging over loslaten: je moest vooral leren falen, dingen fout doen, risico nemen. ‘Bij twijfel, vooral doen’ was het motto van de trainster. Dat geeft namelijk veel creatieve ruimte. Op een gegeven moment, zo halverwege de workshop, moesten we als deelnemers langs een touw gaan staan, dat de percentages 0 tot 100 weergaf. Twee vragen kregen we. Eerst hoeveel risico we tot dan toe in de workshop hadden genomen. Ten tweede hoeveel risico we straks zouden gaan nemen in het tweede deel van de workshop. Elk van ons moest per vraag op de plaats gaan staan waar we ons het best voelden. Bij de tweede vraag ging slechts één deelnemer op 100% staan, de anderen op 50%, 60%, een paar zo rond de 80%. De trainster was oprecht verbaasd: ‘hoe komt het dat als ik vraag wat je wil, dat er al mensen zijn die genoegen nemen met maar de helft van wat ze eigenlijk willen?’

 

Een terechte verbazing, zo bedacht ik mij later. Als je kiest voor maar de helft van wat je wil, zal je ook maximaal de helft van wat je wil bereiken. En waarschijnlijk nog minder. Waarom niet je ergens mee verbinden en daar voor gaan? Dat is toch veel waardevoller? Dan kom je dichter bij je zelf, bij waar het je om gaat.

 

Op zoek naar dat wat je ‘lol’ geeft in je leven, op zoek naar bezieling, naar je eigen inspiratie. Als dat lukt en je dat als leidraad kunt nemen, dan wordt het leven net zo leuk als in het kopje van dit stuk. Dan wordt ook OR-werk leuk. En die OR-en trainen, dat is dan nog leuker. Maar hoe vind je inspiratie, bezieling, lol? De touwoefening gaf al aan dat niet iedereen dat automatisch heeft.

 

Tijd voor theorie.

Mensen die geïnspireerd willen worden, moeten voldoen aan twee voorwaarden:

-

Ze leren hun bewustzijn te ontwikkelen

-

ze willen veranderen

 

Bewustzijn ontwikkelen

Dat eerste, het bewustzijn ontwikkelen, is in theorie niet zo moeilijk. Het is namelijk een scheppingsproces. Het is het komen van dagdromen of wensdromen tot gerealiseerde doelen. De ontwikkeling dus van wat je eigenlijk wil.

 

Veel OR-leden die ik zie vinden het lastig hun bewustzijn te ontwikkelen. Ze hebben doorgaans wel degelijk wensdromen. Hoe ze als OR betrokken zouden willen zijn bij de besluitvorming. Dat ze als OR serieus genomen willen worden. Samen met de andere OR leden iets betekenen voor de medewerkers. Het probleem ontstaat bij het ontwikkelen van deze dromen. Dan vervalt men vaak in wat men noemt realisme. ‘Dat kunnen we wel proberen, maar dat lukt toch niet’. Of: ‘de bestuurder neemt ons niet serieus’. En: ‘Als we dat (de helft van wat men wil) al realiseren, moeten we heel tevreden zijn.’ Soms vervalt men zelfs in negativisme. Het hele OR-werk wordt bijna zinloos, omdat de bestuurder niet wil, de organisatie niet deugt en het hele management dramatisch slecht is.

Deze situaties staan garant voor weinig geïnspireerd OR-werk.

 

Het probleem is namelijk dat het so called realisme en het negativisme leiden tot een reactief gedragspatroon. Men gaat reageren op wat men denkt dat anderen doen, op situaties die men zelf niet in de hand heeft. Men raakt zijn creativiteit kwijt. Creativiteit heeft immers te maken met creëren, met scheppen, met iets nieuws maken. In elk geval met zelf iets doen ontstaan. Maar hoe creëer je?

 

Ofman onderscheidt in Bezieling en Kwaliteit in organisaties (oorspronkelijk1992, ik heb 9e druk 1999 gebruikt) een zestal stappen om je dagdromen en wensdromen te realiseren.

1.

Luister naar innerlijke stemmetjes, droom, fantaseer. Neem actief de tijd om dat wat je wenst ook echt te wensen. ‘Luister en hoor’.

2.

maak een plaatje of een beeld van die wens en wees je dat beeld of plaatje sterk bewust. Zoals: Ik wil aan elke OV-vergadering met een glimlach kunnen terugdenken. ‘Richt en vind’.

3.

onderzoek hoe het nu is en wat daar de gevolgen van zijn. Dus bijvoorbeeld: je kunt buitengewoon goed mensen mobiliseren achter een OR-thema, maar je doet het eigenlijk nooit meer. ‘Kijk en zie’.

4.

Controleer je wensen op effectiviteit. Je moet zelf in staat zijn je wensen te realiseren, dus daarbij niet afhankelijk zijn van anderen. De wens moet niet reactief zijn, maar creatief. ‘Check en weet’.

5.

Maak een bewuste keuze voor een doel of resultaat. Neem zelf verantwoordelijkheid voor je handelen en voor je resultaat. Neem je leven in eigen hand. Dus: Ik kies ervoor een OR-lid te zijn dat … Dat is veel sterker dan ‘ik wil een OR-lid zijn dat …’. ‘Kies en ervaar’.

6.

Kom in actie en wees je steeds bewust van wat er gebeurt. ‘Volg en wees’

 

Ofman beschrijft ook dat je moet leren omgaan met tegenslagen. Het is immers geen recept voor succes, maar een recept om te kiezen wat je eigenlijk wilt.

 

De eerste drie stappen hebben te maken met het zoeken naar je eigen innerlijke drijfveren. Daarbij gaat het tevens om de bewustwording van hoe het nu is in je leven, in je werk of in de OR. Stap vier is het overzien van de consequenties van je verlangens. De laatste twee stappen hebben te maken met kiezen en je verbinden aan je eigen keuze, dus ook in actie komen. Die bewuste keuze en met bezieling achter die keuze staan, dat is waar het om gaat.

Ofman stelt dat je zo een keuze maakt op basis van je ‘wil’ (openbaar gemaakt in de eerdere stappen). De wil op haar beurt is het verlengstuk van je kern, van je centrum, van je binnenste ziel, daar waar je diepste zelf geworteld zit.

 

Dus als mij nogmaals gevraagd wordt, ‘wat wil je’, dan kies ik voor wat ik wil, en laat ik niet bij voorbaat al een deel weg. ‘Omdat dat toch niet lukt’. Consequentie is dat ik moet leren falen en met tegenslagen omgaan.

 

Willen veranderen

In theorie is Ofman erg interessant om te lezen en om je voor stellen. Maar ja, als je het gaat doen, moet je ook wel echt voor dingen gaan, echt dingen anders doen. En dat is eng. Sterker nog: dat kan leiden tot angst of geestelijke crisis. Een verklaring waarom mensen liever niet te veel veranderen.

Drastische gebeurtenissen (vaak in de sfeer van een verlies) maken dat mensen (noodgedwongen) veranderen. Het verlies van een dierbare collega bijvoorbeeld. Maar mensen kunnen ook vrijwillig kiezen voor verandering, als de huidige situatie hen in sterke mate te weinig zinvol voorkomt. Een soort langzaam sterven. Dus als iemand bijvoorbeeld vindt dat de OR met zijn huidige aanpak eigenlijk volstrekt overbodig is, maar er toch in blijft zitten.

Dat ‘langzaam sterven’ (terminologie van Quinn, 1996) komt het meeste voor. Mensen reageren daar op drie manieren op:

-

ze gaan door met dit langzaam sterven, maken geen moeilijkheden en kabbelen zonder betekenis (voor henzelf) voort

-

ze maken gebruik van de open achterdeur

-

ze kiezen voor een radicaal andere aanpak

Deze laatste keuze is noodzakelijk als men geïnspireerd wil werken, ook in de OR. Al gaat het nog zo goed met die medezeggenschap, is het nu wat echt je wil en zo nee, doe er dan wat aan.

 

Terug naar mijn workshop van kort geleden. Als aan mij gevraagd wordt hoeveel ik van mijn wensen wil realiseren, dan ga ik voor 100% en pas ik de stappen van bewustzijnsontwikkeling van Ofman (min of meer) toe.

 

En ik wil dat ook echt!

 

Poe.

 

Bronnen:

Daniel D. Ofman, Bezieling en kwaliteit in organisaties, Utrecht 1999.

R.E. Quinn, Diepgaande verandering: ontdek de leider in jezelf, 1996.

F. Hilhorst, Geïnspireerd leiderschap, 2000.

 

Terug