Dualisme, politiek primaat en medezeggenschap

 

door: Marcel Daems, Bé Woltjer, beiden zijn senior adviseur/trainer Stavoor

 

Het afgelopen jaar is er veel geschreven over de effecten van het duale stelsel. Voor de medezeggenschap is de veranderde positie van het College van B&W het meest interessant.

In het komende jaar zal een aantal zaken zich uitkristalliseren. Zal het College van B&W steeds meer als hoogste bestuurlijke orgaan de coördinatie van het ambtelijke apparaat oppakken of blijft het College alleen een politiek orgaan? Zal het centraal managementteam, bestaande uit gemeentesecretaris en hoofden van diensten, de rol als hoogste ambtelijk orgaan blijven vervullen? Zal het politiek primaat worden uitgebreid als het College van B&W het centrale orgaan zal worden?

 

Wij hebben, om van de – mogelijke – effecten een beeld te vormen, in de afgelopen periode een aantal gesprekken gevoerd met belanghebbenden. Helder is dat de uiteindelijke uitkomst (nog) niet vastligt en er binnen gemeenteland een aantal variaties zal gaan ontstaan. We schetsen hier een beeld van de opvallende elementen die voor de medezeggenschap van belang zullen zijn.

 

Dualisme heeft gevolgen voor de zeggenschapsverhoudingen

Voor de ondernemingsraad is in de afgelopen jaren de verhouding tussen de gemeentesecretaris en het College van B&W vaak een bron van spanning. Dat is ook begrijpelijk omdat een gemeentesecretaris gewend is om voor belangrijke besluiten, voordat hij met de medezeggenschap overlegt, na te gaan of er draagvlak bij de politiek is. Dit leidt voor ondernemingsraden vaak tot het idee dat het een gelopen race is. Hun invloed is dan miniem.

Nu het College van B&W door het invoeren van het Duale stelsel ook voor de uitvoering van het beleid een meer bepalende rol heeft gekregen, kan deze tendens zich nog versterken. Zo worden gemeentesecretaris en de overige ambtelijke top (vaak tot en met het niveau van afdelingshoofden) benoemd door het College van B&W. Al deze factoren kunnen een bron van een grotere afhankelijkheid gaan vormen. We willen hier een aantal voorbeelden noemen.

In de Gemeente Groningen heeft de wethouder Welzijn een voorstel ontwikkeld waarin hij een andere organisatiestructuur voor de dienst ontwerpt. Toch een onderwerp waarin volgens de scheiding van verantwoordelijkheden tussen de politiek en het ambtelijke apparaat een eerste verantwoordelijkheid ligt bij de dienst zelf. Het initiatief van de wethouder past overigens wel binnen de Groningse traditie.

De heer….. “ het ligt niet aan het duale stelsel”. Nee het hangt samen met bestaande tradities in een gemeente en hoe de machtsverhoudingen liggen tussen een wethouder en de gemeentesecetaris.

“Leiden kent traditioneel een wethoudersmodel. De wethouders sturen in sterke mate de diensten aan. We zijn zowel met het College als het management bezig de afzonderlijke rollen te verhelderen” het dualisme kan hier roet in het eten gooien” , zie Paul van de Wijngaart , de gemeentesecretaris van Leiden.

In Almere is sinds een jaar een discussie aan de gang over de schoolvoorzieningen in de wijken van de gemeente. Een lastig en politiek zeer gevoelig onderwerp. Het ambtelijke apparaat heeft zelfstandig een andere structuur opgezet om de complicaties zo goed mogelijk op te vangen. Grenzen tussen de verschillende diensten werden in deze structuur overbrugd.

We kunnen deze voorbeelden nog uitbreiden. Het is te vroeg om een lijn in te ontdekken. Het dualisme maakt het College van B&W verantwoordelijk voor de dagelijkse uitvoering van de werkzaamheden. Voor de medezeggenschap geldt: let op!

 

De nieuwe CAO een kans voor open doel!

In het onderhandelaarakkoord voor de nieuwe CAO Gemeenten is een passage over de versterking van de rol van de medezeggenschap opgenomen. Het past in een langzaam ontstane lijn waarin de ondernemingsraad een steeds grotere rol gaat vervullen bij de invulling van en controle op de in de CAO afgesproken onderwerpen. De organisatie van de medezeggenschap kan daarbij een cruciale factor vormen. In het duale stelsel zal het College van B&W door de versterking van haar uitvoerende rol dit proces beïnvloeden.

De gemeentesecretaris is daarin geen directe partij. Hij is tenslotte niet de werkgever. De medezeggenschap krijgt een belang om met de werkgever (het College) te gaan praten. Nu wordt dit nog overgelaten aan het GO, maar dit is geen alternatief. Door de LOGA-brieven worden er voortdurend uitwerkingen van de CAO vastgelegd. De medezeggenschap zit daarbij op de tweede lijn en heeft voortdurend een informatieachterstand. Nu zijn er ook al zaken waarin het werk van de ondernemingsraad en de afspraken binnen de CAO elkaar sterk beïnvloeden. De POP-gesprekken, het opleidingsbeleid, het Arbo-convenant raken direct het werk van de ondernemingsraad.

 

De overlap tussen zaken die binnen de CAR-UWO en die binnen artikel 27 WOR geregeld zijn, is aanzienlijk. De bonden hebben de lijn gekozen om nieuwe thema’s (POP-gesprekken, arbo-convenant) in hoofdlijn vast te leggen in de CAO en de uitwerking over te laten aan de ondernemingsraad. De arbeidstijden, beloningsbeleid en functiewaardering zullen de komende tijd in de andere richting in de aandacht gaan komen. Het is nooit zo geweest dat ambtenaren alleen van 9 tot 5 werken. Alle soorten en maten komen net als in andere sectoren van de samenleving voor. Veel gemeenten zullen per dienstonderdeel maatwerkregelingen willen die aansluiten bij hun praktijk. De arbeidstijdenwet, de flexwet en het maximaal aantal te werken uren, blijven samen de grenzen vormen.

In veel gemeenten is in de afgelopen tijd een grote stap gezet door de invoering van competentiemanagement. Logischerwijs komt daarna het beloningsbeleid in zicht. De samenhang van competentiemanagement met functiewaardering, loonschalen en een versterkte mate van flexibiliteit kan niet uitblijven. Ook hier kan een samenwerking tussen bonden en ondernemingsraad voor zowel de gemeentelijke organisatie als het personeel oplossingen bieden.

 

Mogelijke effecten:

·

College bemoeit zich meer met het reilen en zeilen van de ambtelijke organisatie, waardoor de positie van de gemeentesecretaris onder druk komt te staan.

·

Portefeuillehouder P&O kan zijn werkgeversrol sterker opeisen en een overlegpositie met het GO gaan uitbreiden.

·

De overlegruimte tussen gemeentesecretaris en ondernemingsraad wordt beperkt.

·

In grotere gemeenten komt er ruimte voor overleg tussen Portefeuillehouder en de ondernemingsraad.

·

College is een politiek orgaan: als zij ‘ambtelijke besluiten’ nemen als onderdeel van politieke besluiten, dreigt het politiek primaat opgerekt te worden en staat ondernemingsraad buitenspel.

·

Adviezen OR bereiken niet meer automatisch de Raad. Adviezen zijn gericht aan het college.

 

De mate waarin dualisme deze effecten oproept, is afhankelijk van een aantal factoren

Jelly Jansen, voorzitster van de ondernemingsraad van de gemeente Ooststellingwerf merkte dat de het College van B&W met de ondernemingsraad wilde praten toen de Gemeenteraad zonder blikken of blozen een korting in de begroting op de personele lasten heeft ingevoerd. De wethouder wilde praten over de opvatting van de ondernemingsraad hierover. Het past in Ooststellingwerf in een al langer bestaande traditie waarin de ondernemingsraad contacten met het College onderhoudt. Voor het College van B&W is het een mogelijkheid een coalitie te sluiten,

“ik heb nog nooit zoveel met raadsleden gesproken dan in het afgelopen jaar”, tot zijn verbazing viel dit de voorzitter Henk Mulder van de ondernemingsraad van Apeldoorn op. Door het dualisme staan de leden van de gemeenteraad veel onafhankelijker ten opzichte van de leden van het College. Benieuwd naar argumenten om te beoordelen of de voorstellen van het College wel kloppen. “Ach, ik heb ze niet gemeden”, zei hij droog. Apeldoorn kent een ondernemingsraad en per dienst een onderdeelcommissie. In Apeldoorn is het directiemodel ingevoerd. Het betekent een centraal personeelsbeleid en een ingevulde afstemming tussen het College en de gemeentesecretaris. Het maakt het voor de ondernemingsraad makkelijker zijn bestuurder ook feitelijk als diegene die het besluit neemt te blijven zien.

Ellen Gommers, voorzitster van de ondernemingsraad van de gemeente Almere, “de controlefunctie van de gemeenteraad, kan deze zelfde raad een partner doen worden voor de ondernemingsraad. De afgelopen periode zijn al eerste stappen met fracties gezet en ook nog uit heel onverdachte hoek.”

 

Mogelijke effecten zijn afhankelijk van:

a.

de omvang van de organisatie: in kleinere gemeenten zijn de lijnen over het algemeen kort. Wethouders zijn in deeltijd en mogelijk minder ‘professionele bestuurders’. Het informele karakter van de organisatie bepaalt meer de verhoudingen dan de verschuiving in bevoegdheden

b.

in grote(re) gemeenten kunnen de effecten duidelijker optreden, met professionele(re) bestuurders en een sterker ambtelijk apparaat

c.

de formele positie van de gemeentesecretaris en de persoon van de gemeentesecretaris. Er zijn voorbeelden van secretarissen die geen algemeen directeur zijn en toch de baas. Ook zijn er voorbeelden van gemeentesecretaris die algemeen directeur zijn en niets te vertellen hebben

d.

mate waarin het MT van de gemeente een team is (worden zij uitgespeeld of vormen zij één front)

e.

bij een sector- of dienstenmodel hebben wethouders meer direct contact met de sector/dienstdirecteuren en nodigt dit uit tot bemoeienis met het functioneren van de desbetreffende onderdelen

f.

bij een directie/afdelingenmodel, is de centrale directie het aanspreekpunt voor de bedrijfsvoering en de afdelingen voor de inhoud. Zo worden wat- en hoe-vraag duidelijker gescheiden

g.

integraal management is populair binnen gemeenteland en maakt elke sectordirecteur verantwoordelijk voor personeelsbeleid. Afstemming van dit beleidsterrein met de “eigen” wethouder kan voor de hand liggen

h.

de politieke cultuur en traditie. Bijvoorbeeld: in Leiden en Amsterdam is er een traditie van het wethoudersmodel, waar bovendien in Leiden sprake is van zwakke colleges, maar sterke wethouders. Wethouders die als ‘superdirecteuren’ de diensten bestieren. In andere gemeenten is er sprake van een duidelijke scheiding van wat en hoe-vraag. Bestuurders sturen op inhoud, managers sturen op bedrijfsvoering

i.

verhouding tussen medezeggenschapstructuur en de gemeentelijke organisatie.

De bepalende factor is hier of er een centrale aansturing van de organisatie bestaat. Is er een personeelsbeleid voor de gehele organisatie of hebben de diensten een redelijke mate van vrijheid.

 

 

Oplossingen

Er zijn verschillende oplossingen mogelijk. In veel gemeenten is het GO feitelijk opgeheven. In andere gemeenten bezetten OR-leden de zetels van het GO. Dit is o.a. in Apeldoorn en in Purmerend gebeurd. Het biedt de ondernemingsraad daar een directe toegang tot de twee gesprekspartners aan de werkgeverszijde. Het college van B&W en de gemeentesecretaris. Aan werkgeverszijde is een nauwkeurige afstemming van werkzaamheden normaal. Hier heeft de medezeggenschap een achterstand in te halen.

Misschien kan ook eenvoudig het GO worden opgeheven en komen de bonden alleen in beweging bij de uitwerking van sociale plannen. In gemeenteland is dit misschien wel een erg radicale stap. De complexe verhouding tussen politiek en ambtelijk apparaat kan in de weg staan. Het werkelijk uitvoeren van de democratische regels van de vakorganisaties bij de verkiezing van zijn delegatie voor het GO kan een oplossing bieden.

 

Complicaties

In steden waar geen centrale medezeggenschapsorgaan bestaat, zal de afstemming tussen het GO en de ondernemingsraden lastig worden. Bezuinigingen zullen daarnaast een centraliserende tendens (bij voorbeeld één Arbodienst contract kan goedkoper zijn dan per dienst een afzonderlijk contract) tot gevolg hebben.

 

Uit de CAO naar ondernemingsraden

De CAO voor 2003-2004 stelt een andere afstemming tussen vakbonden en de ondernemingsraad aan de orde. De ondernemingsraad zal de rol van het GO in een veel grotere mate overnemen. Functiewaarderingsystemen, beloningsbeleid komen meer in het zichtveld van de ondernemingsraad. De ondernemingsraad neemt misschien ook het overleg met het College over. En sluit dan aan bij de ontwikkelingen in het duale stelsel.

Er zijn zaken die nu door de vakorganisaties worden gedaan, maar evengoed en misschien beter door de ondernemingsraad gedaan kunnen worden. Vooral voor een aantal zaken genoemd in artikel 27 WOR geldt dit. Hier een aantal voorbeelden.

Voor alle ondernemingsraden zijn de veranderingen in het functiewaarderingsysteem en de koppeling met de loonschalen lastig. Er is een zwart gat (met het opstellen van de conversietabel als meest uitgesproken voorbeeld) dat een goede en heldere samenwerking tussen de vakorganisaties (en niet het GO) en de ondernemingsraad vraagt.

Voor herindelingen, privatiseringen en mogelijke afslankingen geldt de traditionele rol rondom sociale plannen van de bonden wel. Echter ook daar dient de bonden samen te werken met de ondernemingsraad. Hij is veel beter in staat personeelsbeleid een actieve rol te laten spelen in dergelijke sociale plannen. En misschien is de kennis over de financiële positie binnen de ondernemingsraad beter.

 

 

De vier grote steden

De vier grote steden kennen een eigen rechtspositieregeling. De onderhandelaars CAO gemeenten lijken te koersen naar een landelijke CAO die zich beperkt tot hoofdpunten (raam-CAO achtige constructie) en willen in dit systeem ook de CAO’s van de vier grote gemeenten gaan onderbrengen.

Ook hier een zaak nu speelt en waarin ondernemingsraden het GO samen dienen te werken. In Amsterdam is door het GO een inconvenientenregeling afgesproken. Vooral voor mensen die veel fysieke arbeid verrichten een welkome en noodzakelijke aanvulling op het salaris. De aard van de regeling maakt het echter voor de ondernemingsraden om via Leeftijdbewust Personeelsbeleid voor de werkgever en de werknemers noodzakelijke verbeteringen aan te brengen. Eenvoudig zal een afstemming niet zijn. Misschien maar goed ook. Het dwingt de beide betrokkenen, bonden en ondernemingsraad, tot samenwerking.

 

De werkverhouding tussen bonden en ondernemingsraden

De vakbonden hebben in de CAO een regeling voor vakbondsfaciliteiten opgenomen. Voor veel leden van een ondernemingsraad een aantrekkelijke regeling. De bonden kunnen deze behalve voor hun kaderleden (elk ondernemingsraad lid tevens lid van een vakorganisatie) ook van toepassing verklaren voor leden van een ondernemingsraad die (nog) geen lid zijn van een vakbond. Daaraan gekoppeld kan ook de scholingsrechten (en de financiële ondersteuning door het GBIO) direct in de gemeentelijke uitwerking afgesproken worden.

Voor de ondernemingsraad is het van belang eens na te denken of de overlegpartner van het GO (het college van B&W) voor de raad ook van belang is. Hun bestuurder kan in de knel komen te zitten. In het duale stelsel kan het leiden tot een afbrokkeling van zijn positie en dreigt een beroep op het politiek primaat door het College van B&W het schieten in de eigen voet te worden.

 

Slotconclusie

De veranderingen in de verhouding tussen het GO en de ondernemingsraad voortvloeiend uit het laatste CAO samen met de nieuwe rol van het College van B&W door het duale stelsel zullen grote effecten gaan hebben op het werk van de ondernemingsraad. Misschien gaat artikel 27 WOR meer inhoud krijgen vooral als rechtstreeks met de politiek gepraat gaat worden.

 

 

De mogelijkheden van de medezeggenschap om invloed te behouden en/of te vergroten

1.

1.

Acceptatie dat dualisme leidt tot vermindering van (formele en/of informele) bevoegdheden van de gemeentesecretaris.

Dat kan ertoe leiden dat de OR als extra overlegpartner contact zoekt met de portefeuillehouder.

Valkuil: je bevestigt in feite de verzwakte positie van de gemeentesecretaris, en mogelijk leg je een tijdbom onder de relatie met de gemeentesecretaris.

2.

2.

Geen acceptatie voor verzwakking positie gemeentesecretaris.

Strategie is erop gericht zijn om de positie van de zeggenschap van de bestuurder vast te houden of te vergroten. De OR zoekt partnerschap met de gemeentesecretaris. Samen positioneren zij zich ‘tegenover’ het college.

Valkuil: je levert je als OR over aan de bestuurder. Hij kan morele chantage plegen. De onafhankelijkheid van de OR komt in gevaar.

3.

3.

De derde weg: Erkenning van de gewijzigde machtsverhoudingen.

Begrip kweken bij zowel gemeentesecretaris, MT als college (primair bij portefeuillehouder) voor verhoudingen die mogelijk onder druk komen te staan. Gedeeld probleem leidt tot een gedeelde oplossing. De ondernemingsraad voert een of twee per jaar een overleg in aanwezigheid van de gemeentesecretaris met de wethouder P&O en/of College.

Valkuil: de ondernemingsraad verliest het zicht op waar welke besluiten worden genomen.

4.

4.

Een andere afstemming het GO.

De ondernemingsraad neemt het overleg over GO-kwesties met het College over. De gemeentesecretaris kan zich concentreren op de eigen verantwoordelijkheden en de ondernemingsraad kan een breder zich en invloed uitoefenen.

Valkuil: het vraagt een breed en voortdurend geïnformeerde ondernemingsraad. Het traditionele gebrek aan tijd gaat versterkt een rol spelen.

 

Terug