De kracht van verhaaltjes
door: Isaäk Mol, teamleider bij Stavoor
‘Er was eens …’. Roodkapje en de wolf. Klein duimpje die slim is. ‘Spiegeltje spiegeltje aan de wand …’. Allemaal verhalen, die iedereen zo kan vertellen. Verhalen zijn krachtige instrumenten om iets over te dragen. De laatste jaren zien we steeds vaker workshops ‘story-telling’ voor managers, waarin managers geleerd wordt verhalen te vertellen, met henzelf of met datgene wat ze belangrijk vinden in de hoofdrol. En het werkt! Een boodschap komt beter over met een goed verhaal er bij: ze wordt beter begrepen, beter onthouden en eerder toegepast of nageleefd. De vraag is natuurlijk: kunnen verhalen OR-leden sterker maken?
Er was eens
Er was eens een OR in een bedrijf waar de R&D-afdeling moest sluiten van het moederbedrijf in Amerika. Daar vond men dat er gesaneerd moest worden en R&D kon elders wel gedaan worden. Een lastig pakket voor deze OR. De spreekwoordelijke meneer in Amerika die met een pennenstreek een heel deel van het bedrijf opdoekt. En waar de bestuurder zelf ook eigenlijk geen invloed op heeft: hij is in die Amerikaanse ogen immers een eenvoudige zetbaas. Het eerste wat deze OR natuurlijk deed was in de spiegel kijken en vragen ‘is onze R&D-afdeling niet het mooiste van het land?’ Echte spiegels praten niet helaas. Toen kwam de fase van Calimero: triest concludeerde de OR ‘zij zijn groot en wij zijn klein’. Gelukkig brak uiteindelijk het verstand door: de OR liet onderzoeken wat de economische noodzaak was om de betreffende afdeling te sluiten en liet twee scenario’s narekenen: een aantal projecten voortzetten of de hele afdeling voortzetten. De onderzoeker adviseerde om een aantal projecten nog drie jaar te laten doorlopen. Het zou economisch buitengewoon onverstandig zijn om daar nu mee te stoppen en bovendien zou het op zo’n korte termijn nadelige gevolgen hebben voor het overblijvende deel van de organisatie. Toch een heldere OR: nu had hij ‘harde gegevens’. Maar het mooiste komt nog: de OR ging naar Amerika. Want daar, bij de directie van het moederbedrijf, daar moest het gebeuren! Maar hij ging niet zomaar: hij overtuigde de bestuurder, die lokale zetbaas dus, van het belang. En deze liet een aantal managers de OR vergezellen. Ook oefende de bestuurder druk uit op ‘Amerika’ om de OR te ontvangen. De OR nam zijn eigen adviseur mee. Voorwaar een heel circus. Aldaar bleek natuurlijk dat de Amerikanen totaal niet op de hoogte waren van de situatie in Nederland. Men had een besluit genomen zonder zich te verdiepen in wat het eigenlijk was: men had wat kosten geschrapt en het leek van daar af heel nuttig om R&D in Barcelona te concentreren. De cijfers overtuigden: het besluit om ongeveer 60% van de lopende projecten nog drie jaar voort te zetten werd even gemakkelijk genomen als eerder om er mee te stoppen.
De OR ging trots terug naar huis. Iedereen was blij. Goede dingen gedaan: eigen gegevens verzameld, iedereen in Nederland daar achter gekregen en het vervolgens in het ‘hol van de leeuw geregeld’. Doortastend. En ze werkten op de R&D-afdeling, ietwat afgeslankt, nog ruim drie jaar gelukkig door.
Een verhaaltje. Overigens nog waar gebeurd ook. Zo zijn er talloze te vertellen over OR-en die dingen gedaan hebben. Vaak tegen de stroom in, altijd door op zichzelf te vertrouwen en vooral door initiatief te tonen.
Het bovenstaande verhaal gebruik ik wel eens om OR-en een aantal dingen duidelijk te maken:
- |
een eigen visie of idee is van levensbelang: je moet een alternatief hebben |
- |
deze OR was erg tevreden, terwijl hij de sluiting niet voorkomen heeft, ruim de helft van de projecten loopt nog even door . Op afzienbare termijn gaat de hele afdeling toch weg. Maar het bleek het maximaal haalbare binnen zo’n internationaal opererend concern. Tevredenheid is dus terecht, cynisme niet. |
- |
Het resultaat geeft tegelijkertijd aan dat er hard gewerkt moet worden voor beperkte succesjes |
En na dit verhaal hebben we het dan over de WOR, de positie van de OR, de achterban, voorliggende spannende onderwerpen (inkrimping bijvoorbeeld) … En iedereen is er de hele tijd van doordrongen dat je hard moet werken voor beperkte resultaten, dat je zelf ideeen moet genereren en mensen daarvoor moet zien te winnen. Het leunstoel-OR-lid dat uitsluitend constateert en benoemt wat de directie allemaal wel niet mis doet of vergeet te doen is dan ver te zoeken.
Wat kun je nu met verhalen in de OR-praktijk?
Een aantal suggesties:
1. |
Verhalen zetten sfeer Raar maar waar. Een OR-vergadering of een overleg beginnen met een kinderverhaaltje of een gedichtje brengt mensen in een stemming van gezamenlijkheid. Vaak moet er gelachen worden. Kenmerk van dit soort openingsverhalen of ‘icebreakers’ is dat ze kort zijn en iets bijzonders hebben. Voorbeeld: we beginnen het overleg over de fusie met het verhaal van het varken en de kip. ‘Een kip zei tegen het varken, wij moeten gaan samenwerken, ik zie een gat in de markt, ham and eggs, dat is het helemaal. Dat maakt mijn ei helemaal af! En het varken droomt mee, ze worden samen al rijk en beroemd. Totdat het varken ineens hakkelt: ham van mij maken, maar dan ben ik er toch helemaal niet meer? Ach antwoordt de kip, da’s altijd bij een fusie’. |
2. |
Verhalen geven richting Het hierboven vertelde verhaal kan de OR nog jarenlang gebruiken om nieuwe kandidaten voor de OR te werven. Het verhaal geeft aan dat OR-werk uitdagend is, spannend, leerzaam en ook nog resultaat heeft, zij het soms door omstandigheden maar beperkt. Goed verteld gaan potentiële OR-leden mee in dat spannende en stellen zich gemakkelijker open om daadwerkelijk kandidaat te worden. |
3. |
Een verhaal is een cultuurinstrument Het hierboven vertelde verhaal wordt na een aantal jaren een soort mythe van de OR van toen. Daarin worden bepaalde waarden overgedragen, als doortastendheid, visie, er voor gaan. Als de huidige OR dat ook maar af en toe laat zien, is het een belangrijk orgaan in de ogen van directie en medewerkers. |
4. |
Verhalen laten iets van jezelf zien Een verhaal werkt alleen als het met enthousiasme en betrokkenheid gebracht wordt. De verteller moet er dus zelf iets mee hebben. En daarmee laat deze verteller zien wat hem of haar beweegt, op een heel prettige manier. Daarmee wordt hij of zij doorgaans acceptabel voor anderen. |
Wat zijn de kenmerken van een goed verhaal?
- |
er is een onverwachte wending |
- |
het wordt enthousiast doch rustig gebracht |
Waar vind je ze?
Soms zijn anekdotes die van anderen gehoord worden met enige aanpassing tot een eigen verhaal te smeden. Kinderverhaaltjes of dierenverhalen doen het vaak goed om sfeer te maken. Guus Kuijer, Toon Tellegen. Columns als die van Martin Bril in De Volkskrant. Gedichten kunnen veel doen. Een voorbeeldje, waarvan ik de bron niet meer weet en de originele tekst wellicht een beetje anders is:
‘Ik zie de zee
De zee ziet mij
Dag, zeg ik, hoe gaat het?
Ik eb, zegt de zee
Wat heb je?
Ik heb eb, antwoordt de zee
Doet dat zeer?
Nee, zegt de zee
Een zee heeft geen zeer.’
Terug
|